Wat heeft Vipassana me opgeleverd?

De afgelopen twee weken vertelde ik over de ervaringen die ik had tijdens de twee Vipassana retraites die ik volgde. Vandaag vertel ik me wat deze retraites me op lange termijn op hebben geleverd én waarom ik op dit moment niet meer aan Vipassana meditatie doe.

Mocht je denken: huh, wat is Vipassana? Lees dan eerst deze post waarin ik het wat meer uitleg. Heel erg kort is Vipassana een bepaalde manier van meditatie, waarbij je je focust op het observeren van je lichaam. Kenmerkend voor Vipassana zijn de 10-daagse retraites, waarin je de techniek leert. Tijdens deze retraites mag je niet praten of andere dingen die voor afleiding zorgen (zoals schrijven, lezen, sporten, muziek luisteren etc.), maar mediteer je 10 uur per dag. Als je benieuwd bent met de twee Vipassana retraites die ik volgde: hier lees je meer over mijn eerste retraite in Nederland en hier meer over mijn tweede in Cambodja

Elke dag één uur mediteren

Na mijn eerste Vipassana cursus eind 2015, was ik vastberaden om elke dag twee uur te gaan mediteren, zoals werd aangeraden door meditatieleraar Goenka. Toen ik na de tien dagen thuis kwam, was daarom bijna het eerste wat ik deed een uur mediteren om in het ritme te blijven. Ik wilde die concentratie van tijdens de retraite zó graag vasthouden, want dat was zo’n fijn gevoel. Toch merkte ik al heel snel dat dat niet lukte. Het feit dat ik weer mocht praten, mijn telefoon en alle andere afleidingen om me heen, zorgde ervoor dat ik een stuk minder focus had. Ik sprak met mezelf af dat een uur per dag mediteren ook goed genoeg zou zijn.

Mezelf beter begrijpen door gedachtes te observeren

Dat deed ik een aantal maanden heel trouw: zodra ik op stond, mediteerde ik een uur. Dat leverde me ontzettend veel op, want door het observeren van mijn gedachten begon ik mezelf veel beter te begrijpen. Zo kwam er afstand tussen mijn gedachtes en mijn ‘ik’. In plaats van direct op mijn gedachtes te reageren, kon ik er rustig naar kijken en besluiten of mijn eerste impuls wel de reactie was die ik wilde geven. Het gaf me rust en een stukje controle om op deze manier naar mijn gedachtes te kijken. Ik was geen slachtoffer van wat ik dacht, maar ik kon sturing geven aan hoe ik reageerde.

De rest van de dag op de automatische piloot

Ik vond het moeilijk om dat gevoel van observatie mee te nemen in mijn dag. Tijdens mijn meditatie in de ochtend voelde ik me vaak erg rustig en ontspannen, maar regelmatig moest ik na een uur mediteren haasten om op tijd bij mijn colleges te zijn. Ik plande mijn meditatiesessies vaak zo, dat ik zo lang mogelijk in bed kon blijven liggen. Het gevolg was dat ik eigenlijk te laat begon met mediteren, waardoor ik eigenlijk vol haast mijn dag begon. De rest van de dag vergat ik alle rust die ik die ochtend had ervaren en leefde ik volledig op de automatisch piloot.

Toch was het wel een verschil met mijn leven voor Vipassana: toen leefde ik namelijk bijna volledig op de automatische piloot. Door het mediteren zag ik in ieder geval dat je het ook anders kon, maar het lukte me nog niet om dat toe te passen in de rest van mijn dag.

Het voelde als falen als ik het mediteren oversloeg

Tegelijkertijd gaf het mediteren me ook veel stress: ik wilde het zó graag goed doen, dat ik in paniek raakte als ik een keer niet kon mediteren. In die tijd had ik een baantje waar ik soms al om 6 uur ’s ochtends moest beginnen en dan lukte het me gewoon niet om daarvoor nog een uur te mediteren. Het voelde als falen als ik het mediteren oversloeg. Ik wilde er heel graag ‘goed’ in zijn en er iets mee ‘presteren’. Als ik een uur had gemediteerd, voelde het alsof ik iets had bereikt. Alsof ik weer iets van mijn to do lijst kon strepen. Alsof ik weer een beter mens was geworden.

Nu zie ik dat dat onzin is: mediteren maakt je geen beter persoon. Het is slechts een tool om jezelf beter te leren begrijpen, maar je verandert niet wie je ten diepste bent.

Het belangrijkste onderdeel van Vipassana is annica: gelijkmoedigheid. Alle sensaties die je voelt in je lichaam – of ze nu fijn of minder fijn zijn – gaan voorbij. Als je vasthoudt aan die vervelende sensaties (“Dit wil ik niet voelen!!!”) of juist aan de fijne sensaties (“Dit is zo fijn, dit mag nooit meer voorbij gaan!!”), dan creëer je lijden. Zodra je fijne sensaties voelt, dan ben je blij. Voel je die niet, dan voel je je teleurgesteld. Op deze manier maak je je stemming afhankelijk van wat je voelt, waardoor je het eigenlijk buiten jezelf legt. Eigenlijk was dit precies wat ik deed tijdens het mediteren: als ik me goed kon concentreren tijdens het mediteren, voelde ik me een goed persoon. Lukte dit niet zo goed of ik mediteerde ik helemaal niet, dan voelde ik me een mislukking. Grappig genoeg is het juist het doel van Vipassana om dat resultaat los te laten, maar dat lukte me een paar jaar geleden nog niet.

Het leverde me niet op wat ik had verwacht

Ik had gehoopt dat meditatie me allerlei prachtige dingen op zou leveren: nooit meer stress, altijd vrolijk zijn en een zorgeloos leven leiden. Dat gebeurde niet.

Wel leerde ik mezelf beter begrijpen. Ik leerde inzien hoe ik mezelf continu voor de gek probeer te houden door te streven naar allerlei onmogelijke resultaten. Ik begon te begrijpen hoe ik op die manier mezelf ongelukkig maak: door te hoge verwachtingen te stellen. Door vooral te focussen op de uitkomst, en niet op het proces.

Ik leerde ook hoe fijn het is om niet bezig te zijn met die uitkomst, maar om gewoon te observeren. Naarmate ik langer oefenende met Vipassana, leerde ik dit meer te voelen. Leerde ik meer los te laten. Leerde ik het minder erg te vinden als ik een keer niet mediteerde.

Het meeste leerde ik van het loslaten van Vipassana

Vipassana was een enorme spiegel voor me: ik leerde er hoe ik mezelf ongelukkig maak – en ongelukkig houd – , door bezig te zijn met uitkomsten en hoge verwachtingen stellen. Door te focussen op alles wat volgens mij ‘niet goed genoeg’ gaat. Dat deed ik niet alleen in mijn dagelijks leven, maar ook tijdens het mediteren zelf. Vipassana leerde me dat ik dat los mag laten. Ik liet de verwachtingen over mezelf los, en daarmee ook de verwachting dat ik elke dag een uur moet mediteren. Dat doe ik nu ook niet meer.

Ik probeer tegenwoordig continu bewust en aanwezig te zijn. Om op elk moment te observeren wat er in mijn hoofd gebeurd. Soms doe ik dat terwijl ik op een kussen zit, maar nog vaker doe ik het terwijl ik bezig ben met mijn dagelijkse leven. Ik zit niet meer in de automatische piloot, maar ik kan bewust van genieten van alles wat ik meemaak.

Hoewel ik dus niet meer de methode van Vipassana toepas, pas ik de filosofie nog elke dag toe: alles gaat voorbij, dus hecht je niet aan de uitkomst, maar geniet van het proces. Enjoy! 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *